0


Ze staat te wachten op het kleine stadsbusje in een middelgrote plaats in Oost-Nederland. Ze heeft grijze krullen van het soort dat men over de hele wereld bij haar leeftijdgenoten aantreft.
De chauffeur (met Kruidvat RayBan zonnebril en snor) wurmt zich uit zijn benarde bestuurderspositie om haar rollator aan te pakken, kundig in te klappen en naast zijn stoel te parkeren.
Hoofdschuddend strompelt ze naar binnen en ploft op de stoel voor mij neer:

"Ik sta nog te kok'n! He't heurt?" vraagt ze aan de chauffeur.
Hij bromt iets terug en rijdt slingerend over de smalle straten van het droevig stemmende stadje.
"Echt kok'n! Zo'n goede man, en dan dit", probeert ze opnieuw.
"Ja", zucht hij, "ik he't er over heurt..."
Ze blijft haar zilveren watergolf schudden: "Altied zo net, en dan dit! En ik zeur nooooooit!"

"Loat it goan, de man is't vast al weer vergeute", bromt de bestuurder vaderlijk.
"Nou, ik nie! Ik zeur nooit nie, en dan...och, ik he't de hiele wiek al sakkers zwoar!"
"Jaja, loate goan, hij he't er de dag niet had of zeu", probeert hij vergoeilijkend.
Ze schreeuwt ineens keihard: "Ik he't al viefentwintig joar mien dag nie! Mien enigste uutje! En dan mag ik hem nie meeneme!"
Ik knipper met mijn ogen, hetgeen niet aan de waakzame blik van de bestuurder, met een achteruitkijkspiegel zo groot als de voorruit, ontsnapt: "Rustig oan! Die m'neer schrikt'r van!"

Voordat ik iets kan zeggen draait ze zich naar mij om en kijkt mij geringschattend aan: "Zo'n grote m'neer! Die schrikt nie van een wieffie van vierutachetug! 'Tis een schande, m'neer! Vorige wiek zat er een sjeffeur op en ik mocht hem ineens nie meer meeneme! Hoe vin oe dat?"
Voordat ik kan vragen wie 'hem' is (de keeshond, een kleinkind, de rollator) maant de snor met zonnebril: "M'neer wiet van niks! En dat houwe we zo!"
Ik probeer mijn mond te openen, maar ze gilt: "Altied was ie netjes! Hij mag d'r vast bij zien wief nie meer op! Daarom doet ie zo!"
Ik tracht een klank uit te stoten, maar hij is mij voor: "M'neer is nie van hier! 'K zal morgen met hem proate, dat ie nie zo met de klantjes om moet goan. En dat van zien vrouw..."
Ze pakt nu mijn arm beet: "Nie meer noaai'n! Met zien wief! Dat is het toch?"
Ik rol met mijn ogen en fluister: "Ja, ongetwijfeld..."


0


"Hoeweetoedat?" zegt hij met stemverheffing terwijl hij mij streng over de rand van zijn bril aanstaart.
"Oe kent hem helegoar nie! Schande dat oe zo over mien keullega denkt!"
Ik wil protesteren, maar zij schudt mijn arm bijna uit de kom en zegt: "Hier! M'neer ze't het ook! Hij ze't het ook! Zie je noe?"
Ik sla mijn handen voor het gezicht.
"Ja, schoame! Oe moet zich schoame! Oe wiet niks van hier, moar wel een grote mond!", zo predikt de chauffeur. Hij stopt de bus: "Nu excuus, of de bus uut!"

Ik geloof mijn oren niet, dit gaat te ver. "Ik stap wel uit. Zoek het maar lekker uit met z'n tween." De deur zucht open, ik sta op en slinger mij langs de rollator, die ik zachtjes beroer, naar buiten.
"H, wel uutkiek'n voor hem" gilt ze mij achterna.


0


txt Ingmar van der Hoek