0


Het is donderdagochtend, om een uur of elf. Ik heb een halve dag vrij genomen van mijn werk om op een ziek gezinslid te passen. Terwijl ik een vuilniszak naar de container draag hoor ik de zin waar ik al jaren op wacht, uitgesproken met de nodige minachting: “Tja, sommige mensen hoeven nou eenmaal niet te werken.” Ik kijk op en zie twee besmuikt lachende verwarmingsmonteurs, die leunend tegen hun busje een sigaretje roken.

Nu gaat het gebeuren! Ik stap op hen af en zeg: “Nou, ik heb werk maar bij mijn beroep liggen de werktijden totaal anders dan bij jullie.” Ik hoop dat ze happen, en ja hoor: “Wat is dat dan voor beroep?” Samenzweerderig kijk ik schichtig om mij heen in de lege straat, leg mijn wijsvinger op mijn lippen en fluister: “Ik ben porno-acteur.”
“Ja, daaag! Wie ben jij dan? In welke films dan?” Ik kijk hem verontschuldigend aan: “We gebruiken allemaal een artiestennaam in het vak, die van mij is Ken… eigenlijk Kenny, Kenny Cloppenmann met een C en dubbel N op het eind” Ik hoop vurig dat het kwartje van de naam niet valt. Het valt niet!


0


“Welke films dan, nou, nou?” “Ken je Deep Penetration 3? Dat was ik bijna allemaal. En Leather Legends 2K6, maar daar heb ik een masker op. En natuurlijk op internet, vanavond moet ik aan de bak voor bootydrillers dot com.”
“Tering, mooi werk! Betaalt dat nou een beetje?” “Nou, ik kan hier wonen en ik heb een autootje en kan af en toe op vakantie dus mij hoor je niet klagen. Maar eigenlijk is wat jullie doen veel mooier werk.”

“Hoezo?” Ik leef mij helemaal in: “Dat van jullie is veel dankbaarder werk: jullie repareren een verwarming of komen een nieuw systeem installeren, kop koffie er bij, geen honderd man die meekijken, spullen altijd bij de hand, alles doet het meestal, mensen zijn meestal blij met het resultaat. Bij mij is dat altijd maar weer de vraag of het gereedschap het doet en wat de mensen er van vinden.” Geschaterlach volgt.


0


Nu komt het klapstuk, als dit lukt ben ik voor de rest van de week en het weekend zielsgelukkig: “Bij wie zijn jullie aan het werk?” “Bij nummer 14 hier. Vrouwtje met een paar kinderen.” 
“Ja, ik ken haar. Haar oudste zit bij mijn kinderen op school. Daarom, mannen, liever niet doorvertellen wat ik doe voor de kost. Zij denken dat ik journalist ben of zo. Het is een nette straat, mijn kinderen weten ook van niks, anders heb ik geen leven meer hier.” “Neeeee, joh! Natuurlijk!” De duimen gaan omhoog. 
Ik loop weer naar binnen en tel af: binnen 10 minuten heb ik mijn overbuurvrouw aan de telefoon: “Zo, ik wist niet dat jij in de porno-industrie zat. Viezerik!” Ze legt, alsof het afgesproken is, de telefoon neer zodat ik naar mijn keukenraam kan sprinten. Met een boze kop klop ik op de ruit. De twee, die net in hun bus stappen, draaien zich om. Ik steek woest mijn middelvinger omhoog. Met rode koppen van schaamte scheuren ze de straat uit, terwijl ik vrolijk zwaai naar mijn overbuurvrouw. Ze schudt lachend haar hoofd en zegt: “Kon je het weer niet laten?”



txt © Ingmar van der Hoek