Bob.
De man die nooit drinkt als hij rijdt.
De Jong.
Stayer, diesel, klein van stuk en veel haar op zijn rug. Fletse kleur ogen ook. Eventjes dreigde hij door te breken, omdat hij nooit kapot gaat en daarom wel eens sneller dan de rest tien kilometer achter elkaar kon schaatsen.
Bob de Jong, zo saai als zijn naam. Tussen de golden girls en boys of Dutch skating gedoemd tot het vertoeven in de schaduw. Wat wil je ook, als gezegend bent met twee bezems als wenkbrauwen en de uitstraling van een tochtstrip?
Gelukkig was daar vier jaar geleden Gianni Romme. Je moet er toch niet aan denken, Bob de Jong, winner gold medal?
En toen Rommes Koninkrijk ineenstortte, stond vlak voor aanvang van deze spelen de frisse Jochem Uytdenhaage op om de troon over te nemen. Het lot van Bob. Hij zou wel eens brons of zilver kunnen halen, dat wel.

De vijf kilometer.
Bob verprutste zijn kansen. Schouderophalend hoorde ik het verhaal aan dat hij halverwege de race de strijd had opgegeven omdat hij merkte dat 'het' er vandaag niet inzat. Loser. Hij opperde dat het beter was om zijn startbewijs voor de tien kilometer maar af te staan aan Rintje Ritsma. Wat een ongelooflijke loser, zeg. Kijk naar Ritsma, Bob!
Voor aanvang van de 1.500 meter dachten veel schaatsliefhebbers dat het beter zou zijn als Rintje zijn startbewijs afstond aan Erben. Die rijdt misschien een wereldrecord in plaats van 16de te worden. Maar Ritsma liet zien dat een 9de plaats boeiender kan zijn dan de strijd om goud van een titelkandidaat met een veel te grote bek. Ritsma liet Erben (en Bob) zien dat een ware kampioen als hij eenvoudigweg niet kan verliezen. Ritsma verpulverde in de nadagen van zijn carriere zijn persoonlijke record en kreeg een staande ovatie. Bob zou ervan moeten leren en misschien deed hij dat ook wel.

De tien kilometer.
Wachten op de fascinerende strijd tussen Romme en Uytdenhaage. Een strijd die kwam. Rommes zilver, Uytdenhaages wereldrecord.
Prachtig allemaal.
En Bob?
Die ging dood op het ijs. De eerste rondjes leken op eerherstel, de vele laatste ronden waren een martelgang tot hij na het nekschot huilend in de armen van zijn coach viel.
Vanachter een hek stond hij daarna met trillende stem de NOS te woord. Ik kon mezelf tussen de stiltes van het interview horen ademen. De interviewer vroeg half naar de troostende woorden die 'gouden' Gerard op het bankje naast Bob had gesproken kort na de race. Bob brak en huilde dikke tranen. Wat Van Velde, Parra, Gretha, Nuyt en Uytdenhaage (in die volgorde) niet lukte, lukte de gevallen antiheld wel. Voor het eerst en het laatst pinkte ik tijdens de Olympische spelen een traantje weg.

Sta op, Bob, alsjeblieft.
Sta op uit de dood.
Word mijn held.


txt Remco Regterschot