0

Het waren vervlogen tijden wat de klok sloeg in Rosmalen. Samen met mijn vader was ik aanwezig bij het klassieke autofestival in het Autotron, alwaar rijen al dan niet opgeknapte klassiekers voorbij kwamen. En uiteraard allemaal te koop. Des te schrijnender om er dan als werkloze rond te lopen. Gelukkig waren er ook véél stands met oude modelauto’s. De diverse modellen van Tonka, Siku, Corgi en uiteraard de onverslijtbare Matchbox’-jes lieten mijn gedachten terugglijden naar de grond van de huiskamer op een verloren zaterdagmiddag. Buiten regende het pijpenstelen en binnen woedde zware achtervolgingen op het gladde parket.

Maar goed, ik bezat ooit een modelletje van een Alfa Romeo Montreal. Schaal 1:43 van het Italiaanse merk Polistil. Deze zag ik er niet tussen. Maar voor het eerst van mijn leven stond ik wel oog in oog met een volledige 1:1 versie. Een goudbruine. Het was even onwennig. Na de eerste herkenning volgt onvoorwaardelijk een soort waardeoordeel. Want qua vorm was het toch anders dan ik altijd had gedacht. Compacter, molliger. Eigenlijk liefde op het eerste gezicht. Geheel tegen de zin van het priemende verbod op de voorruit, heb ik de auto toch maar even aangeraakt. Stiekem heel langzaam mijn hand laten glijden tot over de achterkant.


0



De Montreal dankt zijn naam aan de wereld tentoonstelling van 1967 in diezelfde stad. Ontwerper Bertone heeft hem toentertijd als auto van de toekomst ontworpen. Niet geheel onterecht, maar wel fantastisch om te zien hoe dit briljante, doch vervlogen jaren zeventig design enigszins verloren tussen de evenzo verlopen bezoekers stond. Grijze kalende vijftigers met cowboy laarzen, bakkenbaarden en brilmonturen met rookglas. Die zijn er in blijven hangen. Net als hun leggingdragende vrouwen, af en toe een verwensing makend naar hun irriterende kroost. Immers, deze laatste zitten in hetzelfde schuitje: achter je man aanlopen langs oude wagens in een rokerige hal met patat-, rook- en benzine luchten is geen vrolijke zondagmiddag! En om het nog even helemaal af te maken, verderop, tussen het vuil van de hotdog karretjes, een slechte Jerry Lee Lewis imitator met een onvervalste soundmixmachine. Dit is duidelijk een mannen aangelegenheid.



0


Maar terug naar Bertone’s model uit de jaren zestig. Voor het eerst werd er geëxperimenteerd met rechte hoeken en lijnen. In een tijd die nooit meer is geëvenaard qua optimisme en nieuwe mogelijkheden die materialen en techniek boden. Wat dat betreft was het optimisme in het Autotron al vroeg vertrokken. Als het ooit binnen was gekomen tenminste.

De Alfa bevond zich overigens bij zijn geboorte in goed gezelschap met de laatste Dino Ferrari’s, de De Tomaso Pantera en de voorloper van Lamborghini Countach. Maar die zijn echt zeldzaam – en dus niet te betalen. De Montreal stond in 1977, het jaar waaruit het model voor mijn neus kwam voor 41.000 gulden bij de dealer. Nu moet er een kleine zestien duizend Euro voor betaald worden. Een waardevaste wagen dus, die Montreal.


0



Ik hoop dan ook op een rendez-vous wanneer mijn bankrekening het toelaat. Met een laatste blik neem ik nog een keer de totaal nutteloze, maar oh zo fraai koplamp roosters in me op. Het ritme van deze roosters komt overigens terug in de luchtroosters achter de zijramen. Die lopen door tot de lengte van het raam, ter hoogte van de deurgreep. Van achteren een wulpse kont, van voren een arrogant mondje van ik-zie-er-goed-uit-maar-jij-kunt-me-toch-nooit-krijgen. Dat weet ik. Maar wellicht over tien jaar, bedenk ik een nieuw verhaal achter het houten stuur van deze kar.


Meer info op: de Montreal homepage




txt © Sander Gaarenstroom