1

Ik moet eerlijk toegeven dat ik al drie jaar ontsnap aan de jaarlijkse fietslampjes controle van de hoofdstedelijke hermandad. Deze vinden namelijk altijd plaats in de Herfst en zijn vaak al van grote afstand te herkennen aan mensen die met een fiets in de hand op je af komen lopen. Eťn iemand betekent een lekke band. Twee of meer betekent voor mij een potentiŽle boete. Snel afslaan dus.

Woensdagnacht, na de 6-0 zege van het Nederlands elftal verliet ik het huis van Harmen en Lobke in een lichte overwinningroes. Dus fiets van het slot, opstappen en karren maar. Om direct oog in oog te staan met een politiewagen. Kruislings en behoedzaam wachtend op een prooi. Koelbloedig stap ik af en draai me om. Met de fiets in de hand vraag ik me af of ik ben gezien door de dienders. Lang hoef ik niet na te denken want koplampen rekken voor mijn voeten langzaam m'n schaduw uit.

0 Binnen een paar meter sta ik voor de deur waar ik zojuist ben uit gekomen. Ik besluit m'n fiets weer op slot te zetten en bel aan. Ondertussen is de politiewagen naderbij geslopen. Een raampje gaat omlaag. 'Ik wil nu wel eens zien of die deur open gaat', vraagt bromsnor zich hardop af. Stamelend antwoord ik, 'Ja, ben ze vergeten, ik ga ze boven halen, hoor'. Je reinste schuldbetekenis natuurlijk. Maar goed, met in het achterhoofd dat Lobke van die knipperlichtjes heeft. 'Ik blijf hier wel even wachten', wordt me nog na geroepen.

Eenmaal binnen gekomen leg ik de situatie uit. Uiteraard moet er met eigen ogen worden bekeken dat daadwerkelijk een politiewagen hun deur bewaakt. Het duurt even voor hen de volle ernst van de situatie duidelijk wordt. Na enige beloftes over de retour van de lampjes mag ik ze lenen. Opgetogen met knipperlichten stap ik naar buiten. Tijd voor gerechtigheid. Helaas zie ik net de politieauto wegrijden. Waarschijnlijk op weg naar serieuzere zaken.


txt © Sander Gaarenstroom