0

Om in het plaatsje W. te komen met het openbaar vervoer dient men vanaf R. de Buurtbus 234 te nemen. Enige tijd geleden moest ik een interview afnemen bij een bedrijf in dit slaperige dorpje in het Diepe Zuiden. Op het zonnige busstation van R. staat het busje ingeklemd tussen twee reusachtige Interliners. Een recent gepensioneerde man met een joviaal gezicht zit achter het stuur als enige inzittende en bladert door een krant.

-“Goedemiddag, is dit de bus naar W?”
“Jajajaja! Komt u binnen, meneer, er is plààààts zat!” En hij maakt een weids gebaar met zijn arm waarbij hij de wanden en het plafond van het busje aantikt.
“Al eens in W. geweest, meneer?”
-“Nee, nog nooit, ik ken deze hele streek niet moet ik u bekennen.”
Korte stilte.

”We gaan zo, hoor…”, zegt hij geruststellend.
-“Klopt, over twee minuten en dan moet ik er over veertien minuten weer uit, en dan…”, zeg ik met een printje van 9292ov in de hand.
Zijn mond valt open van verbazing: “HOEWEEDEGEDAT???”
Ik laat hem het printje zien: “Kijk, dat heb ik op internet opgezocht, en…”
Zijn vinger tikt krachtig op het papier, en hij zegt: “Jahaha, dat is mijn bus vandaag, de 234, maar waar staat mijn naam dan?”
Ik besluit hem maar niet uit te leggen waarom zijn naam er niet bij staat en hij start het busje.
“Waar moede gij naar toe in W., meneer?”
-“Naar bedrijf X., kent u dat?”
Korte stilte.

“Ah, bedrijf X., jaja!” Korte stilte.
”Nee, dat ken ik niet. “Waar zitten ze?”
-“Daarendaarendaar, maar ik stap er bij het Veertje uit en loop een stuk terug, steek de snelweg over, en…”
“HOEWEEDEGEDAT???”
Ik laat hem het kaartje van 9292ov zien.
”Goddegoddegodde, hoe is het móóógelijk? Nananana, wat ze toch allemaal nie…”
Hij onderbreekt zijn verbazing omdat er een man bij de volgende halte staat en met een zwierige beweging zet hij het busje stil bij de halte.


0


“EEEEEE, goeiemidd’g, weerrrr, uhhh, noarrr, weedegewel?” zegt de bestuurder vrolijk tegen de nieuwe passagier.
- “Neuhhhhh…”, bromt de zeventiger met grijze borstelwenkbrauwen, hangsnor, honkbalpet en drankneus. “Kmoe boadsgggappe doen bij d’ n Aldi.” Een indringende jeneverwalm vult het busje.
“Eh, zeuker da goekoooope bier hoale, eh?”, knipoogt de bestuurder.
-“Neuhhh, kbengestop mei bier…”
In een vlaag van verstandsverbijstering fluister ik hardop: “Ik drink nu alleen nog maar jenever.”
De bestuurder schatert het uit: “Eh, weedegewat meneer hier zegt? IK DRINK NU ALLIEN NOG MOAR DE GODGANSE DAG JONGE KLOARE! Hahahaha!”
Twee rood doorlopen ogen aan weerszijden van de opgezwollen gok kijken mij woedend aan, en ik blader nog eens gewichtig met een rode kop door wat aantekeningen. Een halte verder stapt de man met de lege Big Shopper tassen uit. Een laatste ijzige blik in mijn richting, ik stamel laf iets van “gmiddg,mnr” en hij gromt iets terug. Het begint ineens keihard te regenen.



txt © Ingmar van der Hoek



pic © Retecool